
Een dienend leven
Dagelijks leven met de Heere
God is de bron van leven, licht en vreugde voor het universum. Als lichtstralen van de zon, als waterstromen die ontspringen aan een levende bron, zo vloeien Zijn zegeningen uit naar al Zijn schepselen. En overal waar het leven van God in het harten van mensen aanwezig is, zal het in liefde en zegen naar anderen uitstromen.
Het was een vreugde voor onze Zaligmaker om de gevallen mensheid op te heffen en te verlossen. Hiervoor achtte Hij Zijn eigen leven niet kostbaar voor Zichzelf, maar Hij verdroeg het kruis en verachtte de schande. Zo zijn ook de engelen voortdurend bezig met het werken aan het geluk van anderen. Dit is hun vreugde. Datgene wat zelfzuchtige harten zouden beschouwen als een vernederende dienst — het dienen van hen die ellendig zijn en in alle opzichten minderwaardig in karakter en rang — is het werk van zondeloze engelen. De geest van Christus’ zelfopofferende liefde is de geest die de hemel doordringt en vormt de werkelijke essentie van haar gelukzaligheid. Dit is de geest die de navolgers van Christus zullen bezitten, en dit is het werk dat zij zullen doen.
Wanneer de liefde van Christus in het hart gekoesterd wordt, kan zij — net als een heerlijke geur — niet verborgen blijven. Haar heilige invloed zal opgemerkt worden door iedereen met wie we in contact komen. De Geest van Christus in het hart is als een bron in de woestijn, die stroomt om iedereen te verfrissen en degenen die op het punt staan om te komen, vurig te laten verlangen om te drinken van het water des levens.
Liefde tot Jezus zal tot uiting komen in het verlangen om te werken zoals Hij werkte voor de zegening en de verheffing van de mensheid. Zij zal leiden tot liefde, tederheid en medeleven met alle schepselen die onder de zorg van onze hemelse Vader staan.
Het leven van de Zaligmaker op aarde was geen leven van gemak en toewijding aan Zichzelf, maar Hij zwoegde met een volhardende, ernstige en onvermoeibare inzet voor de redding van de verloren mensheid. Van de kribbe tot aan Golgotha volgde Hij de weg van zelfverloochening en zocht Hij er niet naar om ontslagen te worden van zware taken, pijnlijke reizen en uitputtende zorg en arbeid. Hij zei: “De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn leven te geven als losprijs voor velen” (Matt. 20:28). Dit was het enige grote doel van Zijn leven. Al het andere was daaraan ondergeschikt en dienstbaar. Het was Zijn spijs en drank om de wil van God te doen en Zijn werk te volbrengen. Het eigen ‘ik’ en het eigenbelang speelden geen enkele rol in Zijn arbeid.
Zo zullen zij die deelgenoten zijn van de genade van Christus, bereid zijn om elk offer te brengen, opdat anderen voor wie Hij stierf deel mogen hebben aan de hemelse gave. Zij zullen alles doen wat in hun vermogen ligt om de wereld beter achter te laten dan zij haar aantroffen. Deze geest is het zekere uitvloeisel van een ziel die werkelijk bekeerd is. Zodra iemand tot Christus komt, wordt er in zijn hart een verlangen geboren om aan anderen bekend te maken wat een kostbare Vriend hij in Jezus heeft gevonden; de reddende en heiligende waarheid kan niet in zijn hart worden opgesloten. Als we bekleed zijn met de rechtvaardigheid van Christus en vervuld zijn met de vreugde van Zijn inwonende Geest, zullen we niet kunnen zwijgen. Als we geproefd en gezien hebben dat de Heere goed is, zullen we iets te vertellen hebben. Net als Filippus toen hij de Zaligmaker vond, zullen we anderen uitnodigen in Zijn aanwezigheid. We zullen proberen hen de aantrekkingskracht van Christus en de onzichtbare werkelijkheden van de komende wereld voor te houden. Er zal een intens verlangen zijn om het pad te volgen dat Jezus bewandelde. Er zal een vurig verlangen zijn dat de mensen om ons heen “het Lam van God aanschouwen, Dat de zonde van de wereld wegneemt.” (Joh. 1:29).
Het doel van God
De moeite die we doen om anderen te zegenen, heeft het effect dat we er zelf door gezegend worden. Dit was het doel van God toen Hij ons een aandeel gaf in het verlossingsplan. Hij heeft de mens het voorrecht geschonken om deelgenoten te worden van de goddelijke natuur en om, op hun beurt, zegeningen te verspreiden onder hun medemens. Dit is de hoogste eer en de grootste vreugde die God aan de mens kan schenken. Degenen die zo deelgenoot worden in deze arbeid van liefde, worden het dichtst bij hun Schepper gebracht.
God had de boodschap van het evangelie, en al het werk van liefdevolle dienstbaarheid, aan de hemelse engelen kunnen toevertrouwen. Hij had andere middelen kunnen gebruiken om Zijn doel te bereiken. Maar in Zijn oneindige liefde koos Hij ervoor om ons tot Zijn medewerkers te maken, samen met Hem, met Christus en met de engelen, opdat wij zouden delen in de zegen, de vreugde en de geestelijke verheffing die het resultaat zijn van deze onbaatzuchtige dienst.
We worden in harmonie met Christus gebracht door de gemeenschap met Zijn lijden. Elke daad van zelfopoffering voor het welzijn van anderen versterkt de geest van weldadigheid in het hart van de gever. Het verbindt hem nauwer met de Verlosser van de wereld, Die “omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden” (2 Kor. 8:9). En alleen wanneer we zo aan het goddelijke doel van onze schepping voldoen, kan het leven een zegen voor ons zijn.
Als u aan het werk gaat zoals Christus dat voor Zijn discipelen heeft bedoeld, en zielen voor Hem wint, zult u de noodzaak voelen van een diepere ervaring en een grotere kennis van goddelijke dingen. U zult hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. U zult vurig tot God bidden, uw geloof zal worden versterkt en uw ziel zal diepere teugen drinken uit de bron van het heil. Het hoofd bieden aan weerstand en beproevingen zal u naar de Bijbel en het gebed drijven. U zult groeien in de genade en de kennis van Christus, en een rijke ervaring ontwikkelen.
De geest van onbaatzuchtige arbeid voor anderen geeft diepte, standvastigheid en een christelijke lieflijkheid aan het karakter, en brengt vrede en geluk voor wie deze bezit. De verlangens worden verheven. Er is geen ruimte voor luiheid of zelfzucht. Degenen die zo de christelijke deugden in de praktijk brengen, zullen groeien en sterk worden om voor God te werken. Zij zullen een helder geestelijk inzicht hebben, een standvastig, groeiend geloof en een grotere kracht in het gebed. De Geest van God, Die inwerkt op hun geest, roept de heilige harmonieën van de ziel op als antwoord op de goddelijke aanraking. Degenen die zich zo wijden aan onbaatzuchtige inspanningen voor het welzijn van anderen, bewerken heel beslist hun eigen zaligheid.
De enige manier om te groeien in genade, is door belangeloos precies dat werk te doen dat Christus ons heeft opgedragen — door ons, naar ons beste vermogen, in te zetten voor het helpen en zegenen van hen die de hulp nodig hebben die wij hun kunnen geven. Kracht komt door inspanning; activiteit is de absolute voorwaarde voor leven. Degenen die proberen het christelijke leven in stand te houden door passief de zegeningen te aanvaarden die via de genademiddelen tot hen komen, en niets voor Christus doen, proberen simpelweg te leven door te eten zonder te werken. En in de geestelijke wereld leidt dit, net als in de natuurlijke wereld, altijd tot degeneratie en verval. Iemand die zou weigeren zijn ledematen te bewegen, zou al snel elke kracht verliezen om ze te gebruiken. Zo verzuimt de christen die zijn door God gegeven vermogens niet gebruikt, niet alleen op te wassen in Christus, maar verliest hij ook de kracht die hij al had.
De missie van de gemeente
De gemeente van Christus is het door God aangestelde middel voor de redding van mensen. Haar missie is om het evangelie naar de wereld te brengen. En die plicht rust op alle christenen. Iedereen moet, naar de mate van zijn talent en gelegenheid, de opdracht van de Zaligmaker vervullen. De liefde van Christus die aan ons is geopenbaard, maakt ons tot schuldenaars van allen die Hem niet kennen. God heeft ons licht gegeven, niet voor onszelf alleen, maar om het op hen te laten schijnen.
Als de navolgers van Christus wakker waren voor hun plicht, zouden er vandaag de dag duizenden zijn waar er nu één is die het evangelie verkondigt in heidense landen. En allen die niet persoonlijk aan het werk zouden kunnen deelnemen, zouden het toch ondersteunen met hun middelen, hun medeleven en hun gebeden. En er zou veel meer ernstige arbeid voor zielen zijn in christelijke landen.
We hoeven niet naar heidense landen te gaan, of zelfs maar de nauwe kring van het thuis te verlaten als daar onze plicht ligt, om voor Christus te werken. We kunnen dit doen in de gezinskring, in de gemeente, onder degenen met wie we omgaan en met wie we zaken doen.
Het grootste deel van het leven van onze Zaligmaker op aarde werd doorgebracht in geduldige zwoegen in de timmerwerkplaats in Nazareth. Dienende engelen vergezelden de Heere van het leven terwijl Hij zij aan zij wandelde met boeren en arbeiders, niet herkend en niet geëerd. Hij vervulde Zijn missie net zo getrouw toen Hij aan Zijn nederige handwerk werkte, als toen Hij de zieken genas of op de stormachtige golven van Galilea liep. Zo mogen wij, in de meest nederige plichten en de laagste posities van het leven, met Jezus wandelen en werken.
De apostel zegt: “Laat ieder in de staat waarin hij geroepen is, zo blijven voor God” (1 Kor. 7:24). De zakenman mag zijn zaak drijven op een manier die zijn Meester zal verheerlijken vanwege zijn trouw. Als hij een ware navolger van Christus is, zal hij zijn religie meenemen in alles wat hij doet en aan de mensen de Geest van Christus openbaren. De handwerker mag een ijverige en getrouwe vertegenwoordiger zijn van Hem Die zwoegde in de nederige kringen van het leven tussen de heuvels van Galilea. Iedereen die de Naam van Christus noemt, zou zo moeten werken dat anderen, door zijn goede werken te zien, ertoe gebracht worden hun Schepper en Verlosser te verheerlijken.
Velen hebben zichzelf verontschuldigd om hun gaven niet in de dienst van Christus in te zetten, omdat anderen over betere talenten en voordelen beschikten. De mening heeft postgevat dat alleen van degenen die bijzonder getalenteerd zijn, wordt verlangd dat zij hun gaven aan de dienst van God wijden. Velen zijn gaan geloven dat talenten alleen aan een bepaalde bevoorrechte klasse worden gegeven, met uitsluiting van anderen die uiteraard niet worden opgeroepen om te delen in het zwoegen of in de beloningen. Maar zo wordt het in de gelijkenis niet voorgesteld. Toen de heer des huizes zijn dienaren riep, gaf hij aan ieder zijn werk.
Met een liefdevolle geest mogen wij de meest nederige plichten van het leven vervullen “als voor de Heere” (Kol. 3:23). Als de liefde van God in het hart is, zal die in het leven tot uiting komen. De aangename geur van Christus zal ons omringen, en onze invloed zal anderen verheffen en zegenen.
U hoeft niet te wachten op grote gelegenheden of buitengewone gaven verwachten voordat u voor God aan het werk gaat. U hoeft er geen moment bij stil te staan wat de wereld van u zal denken. Als uw dagelijkse leven een getuigenis is van de zuiverheid en oprechtheid van uw geloof, en anderen ervan overtuigd zijn dat u het goede voor hen zoekt, zullen uw inspanningen niet volstrekt verloren gaan.
De meest nederige en armste van de discipelen van Jezus kan een zegen voor anderen zijn. Zij beseffen misschien niet dat zij enig bijzonder goeds doen, maar door hun onbewuste invloed kunnen zij golven van zegen in beweging zetten die breder en dieper zullen worden; en de gezegende resultaten ervan zullen zij wellicht nooit te weten komen tot de dag van de uiteindelijke beloning. Zij hebben niet het gevoel of de wetenschap dat zij iets groots doen. Van hen wordt niet verlangd dat zij zichzelf uitputten met bezorgdheid over succes. Zij hoeven alleen maar rustig voorwaarts te gaan en trouw het werk te doen dat Gods voorzienigheid hen toewijst, en hun leven zal niet tevergeefs zijn. Hun eigen ziel zal meer en meer toegroeien naar de gelijkenis van Christus; zij zijn medewerkers van God in dit leven en bereiden zich zo voor op het hogere werk en de onbewolkte vreugde van het komende leven.