Wat is de Bijbel

Ontdek het Woord
De Bijbel is het heilige boek van het christendom. Het woord bijbel komt van het Oudgriekse woord βιβλία, biblia, dat “boeken” betekent. Het bestaat uit twee delen: het Oude Testament (39 boeken) en het Nieuwe Testament (27 boeken). Het is het meest verspreide en meest invloedrijke boek ter wereld. Voor christenen is het de leidraad voor hun geloof en leven.
De teksten zijn in verschillende perioden en culturen geschreven en kennen vele diverse auteurs. Of het nu eenvoudige vissers of machtige koningen waren: de Geest van God inspireerde hen. Zij schreven Gods woorden op in begrijpelijke menselijke taal. De Bijbel bevat daarom verschillende stijlen, zoals historische verslagen, poëzie, brieven en visioenen.
Wat maakt de Bijbel zo bijzonder. Gods woord en het woord van de mens zijn niet hetzelfde, en dit verschil is net zo groot als het verschil tussen God en de mens, dat simpelweg oneindig is.
“Vertrouw niet op prinsen,
op het mensenkind, in wie geen redding is” (Ps. 146:3).
“Vertrouw voor altijd op de HEERE,
want in de HEERE Jehovah is eeuwige kracht” (Jes. 26:4).
“Want het dwaze van God is wijzer dan de mens,
en het zwakke van God is sterker dan de mens” (1 Kor. 1:25).
De mens brengt zijn eigen gedachten onder woorden, en wat de een aldus met taal heeft omkleed, kan een ander uitdiepen en zo zijn betekenis uitputten. Maar Gods woord kan niet uitgeput worden. De woorden die God spreekt bevatten een diepte van betekenis die alleen Zijn Geest aan ons kan openbaren.
“Want welke mens kent de dingen van een mens,
behalve de geest van de mens die in hem is?
Zo kent ook niemand de dingen van God,
behalve de Geest van God.
Nu hebben wij niet de geest van de wereld ontvangen,
maar de Geest Die uit God is,
opdat we de dingen zouden kennen die ons door God genadig geschonken zijn” (1 Kor. 2:11).
De Geest van God — de Heilige Geest, was voor dit doel beloofd.
Jezus zei:
“Wanneer Hij echter is gekomen,
de Geest van de waarheid,
zal Hij u de weg wijzen in alle waarheid;
want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken,
maar alles wat Hij zal horen, zal Hij spreken,
en Hij zal u de komende dingen bekendmaken” (Joh. 16:13).
“Maar God heeft ze aan ons geopenbaard door Zijn Geest;
want de Geest onderzoekt alle dingen,
ja, zelfs de diepe dingen van God” (1 Kor. 2:10).
Zoals regen en sneeuw over de aarde worden gezonden om bepaalde resultaten te bereiken, zo zendt God Zijn Woord. Het wordt gezonden om verlossing te brengen, en het zal dit volbrengen voor allen die het ontvangen. Zoals het land vruchtbaar wordt wanneer het regen ontvangt, zo zal God gerechtigheid laten opkomen. Indien getrouw gesproken, zal het woord een krachtig effect hebben (Jer. 23:28, 29), en is het in staat om degenen die het ontvangen op te bouwen.
“Want zoals de aarde haar gewas voortbrengt,
en zoals een tuin het zaad dat erin gezaaid is doet opkomen;
zo zal de HEERE God gerechtigheid en lofzang doen opkomen voor het oog van alle volken” (Jes. 61:11).
“De hoofdman antwoordde en zei: Heere,
ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt;
maar spreek slechts een woord,
en mijn knecht zal gezond worden.” (Matt. 8:8).
Gods woord werkt in hen die het als Gods woord geloven. Het evangelie “is de kracht van God tot behoud voor een ieder die gelooft” (Rom. 1:16), en “het woord van de Heer wordt gepredikt door het evangelie” (1 Petr. 1:25), maar het moet geloofd worden om tot nut te zijn.
“Om deze reden danken wij God ook onophoudelijk dat,
toen u het woord van God dat u van ons gehoord heeft ontving,
u het niet heeft aangenomen als het woord van mensen,
maar als wat het in waarheid is:
het woord van God,
dat ook daadwerkelijk krachtig werkt in u die gelooft” (1 Thess. 2:13).
“Opdat uw geloof niet zou staan op de wijsheid van mensen,
maar op de kracht van God.
Toch spreken wij over wijsheid onder degenen die volwassen zijn in het geloof;
maar het is niet de wijsheid van deze wereld,
noch van de leiders van deze wereld,
die ten onder gaan“ (1 Kor. 2:5, 6).
“Want ook aan ons is het Evangelie verkondigd,
net zo goed als aan hen;
maar het verkondigde woord bracht hun geen nut,
omdat het niet met geloof werd aangenomen door hen die het hoorden” (Hebr. 4:2).
De kracht van Gods Woord
De scheppende energie die de werelden in het leven riep, bevindt zich in het Woord van God. Dit Woord schenkt kracht; het brengt leven voort. Elk gebod is een belofte; wanneer het door de wil wordt geaccepteerd en in de ziel wordt opgenomen, brengt het het leven van de Oneindige met zich mee.
Er is niets beter in staat om het verstand te versterken en de gedachten te verheffen dan de studie van de Heilige Schrift. Geen enkel ander boek kan zo’n mentale kracht schenken als de inspanning om de diepe waarheden van wat God ons openbaart te begrijpen.
De woorden van God, die in de Bijbel zijn opgetekend zijn dus beslist geen passieve, dode letters op papier. In de Hebreeuwse traditie is het woord (Dabar) altijd een daad: als God spreekt, handelt en schept Hij. Alles wat geschapen is, is door dit Woord gemaakt en wordt er ook door onderhouden. In het Nieuwe Testament krijgt dit scheppende Woord (Logos) in menselijke vorm een gezicht in Jezus Christus. Wie de Bijbel leest, ontmoet via menselijke woorden de levende en actieve kracht van God, door Zijn Zoon Jezus Christus.
De unieke manier waarop men in de cultuur van het Oude Testament (de Hebreeuwse cultuur) naar woorden keek is opmerkelijk.
Voor ons is een woord vaak maar een klank of een aantal letters op papier (“woorden zijn maar woorden”), maar in de Hebreeuwse denkwijze is dat heel anders:
In het Hebreeuws is het woord voor “woord”, Dabar (Strong’s H1697). Dit ene woord heeft in hun taal een dubbele betekenis. Het betekent zowel het gesproken woord, als de daad zelf of de gebeurtenis. Voor een Hebreeër (een Jood in de Bijbelse tijd) was een woord dus nooit los te zien van een actie. Spreken en doen, horen onlosmakelijk bij elkaar.
Als God spreekt, gebeurt het. Een voorbeeld hiervan is het scheppingsverhaal. God zegt niet eerst iets om het daarna met Zijn handen te gaan maken. Nee, het spreken zélf is de daad. God zegt: “Laat er licht zijn” — en de daad is meteen gebeurd: “en daar was licht” (Gen. 1:3). Zijn woord is geen abstracte theorie, maar een kracht die doet ontstaan uit het niets.
Woorden hebben een tastbare impact, wat we ook terugzien bij de mensen in het Oude Testament. Als een vader eenmaal een zegen over zijn zoon had uitgesproken (zoals Izak bij Jakob), dan was dat woord een “daad” geworden die in de wereld gezet was. Je kon zo’n woord niet meer terugnemen of uitwissen, want het had al realiteit gecreëerd.
“Zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat:
het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren,
maar het zal doen wat Mij behaagt,
en het zal voorspoedig zijn in datgene waartoe Ik het zend” (Jes. 55:11).
“Door het woord van de HEERE is de hemel gemaakt,
en door de Geest van Zijn mond heel hun legermacht”
“Want Hij sprak, en het was er;
Hij gebood, en het stond er” (Ps. 33:6, 9).
“Hij zond Zijn woord en genas hen,
en bevrijdde hen van hun ondergang.” (Ps. 107:20).
Kort samengevat: Als de tekst zegt dat Gods Woord in de Bijbel een “daad” of gebeurtenis is, betekent dit dat de Bijbeltekst niet bedoeld is als een passief geschiedenisverslag, maar een levende kracht die vandaag de dag nog steeds actie veroorzaakt, harten verandert en geloof schept. Want als het Woord van God wordt geloofd, draagt het vrucht en is het dus geen dode letter, maar een scheppende kracht die van God komt.
“Uw Woord is een lamp voor mijn voet
en een licht op mijn pad” (Ps. 119:105).
Het vleesgeworden Woord
We moeten Gods Woord zien alsof we de enige zijn tot wie Hij aldus heeft gesproken. Met andere woorden: God spreekt op een persoonlijke basis met degene die het leest of hoort, want Zijn Geest woont en spreekt door menselijke taal heen.
Daarom is het altijd goed om God te vragen ons met Zijn Geest te helpen om het te begrijpen.
Alleen door geloof kunnen we iets weten over het werk van de schepping. We kunnen de dingen die Hij heeft geopenbaard alleen kennen door ze te geloven.
“De verborgen dingen zijn voor de Heere, onze God; maar de geopenbaarde dingen zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om al de woorden van deze wet te doen” (Deut. 29:29).
Onze kennis van deze dingen is dus het resultaat van ons geloof, en niet ons geloof het resultaat van onze kennis.
Het feit van de schepping staat ons echter voortdurend voor ogen, en “de dingen die gemaakt zijn” getuigen dagelijks van “Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid” (Rom. 1:20).
“De hemel verkondigt de eer van God en het uitspansel getuigt van het werk van Zijn handen” (Ps. 19:1).
Zo wordt Gods heerlijkheid aan ons geopenbaard en worden we aangemoedigd om op Hem te vertrouwen voor onze behoeften. We moeten niet vergeten dat de rijkdom van Zijn heerlijkheid en de rijkdom van Zijn genade hetzelfde zijn.
“Maar mijn God zal in al uw behoeften voorzien
overeenkomstig Zijn rijkdom in heerlijkheid
door Christus Jezus” (Filipp. 4:19).
“In Welken u de verlossing heeft door Zijn bloed,
de vergeving van de zonden,
overeenkomstig de rijkdom van Zijn genade;” (Ef. 1:7).
Christus, het Woord, de Eniggeboren Zoon van God, was één met de eeuwige Vader — één in natuur, in karakter, in voornemen. Zoals een woord de verkondiger is van de gedachte. Zo is Christus het Woord van God — de openbaring van Gods gedachten aan de gevallen wereld.
Christus is het levende Woord, en het geschreven woord is voor ons het woord van de levende God. Als we het geschreven woord willen begrijpen, moeten we de gezindheid van Christus hebben. We moeten de Schriften bestuderen met een nederige, leerzame geest en naar Christus kijken voor licht en leiding. Het geschreven woord is een transcript van het levende Woord. De Bijbel is Gods stem die tot ons spreekt, net zo zeker alsof we die met onze eigen oren konden horen. Als we dit zouden beseffen, met welk een ontzag zouden we Gods woord dan openen, en met welk een ernst zouden we de bladzijden ervan doorzoeken!
De Schriften van het Oude Testament openbaarden het karakter en het werk van Christus. Door de typen en schaduwen, door de symbolen en profetieën heen werd de Heiland aangekondigd. Het gehele Oude Testament is een geschiedenis van de schepping, de zondeval en de verlossing van de mens, en Christus is het centrum van dit alles.
“Onderzoek de Schriften, want u denkt daarin eeuwig leven te hebben;
en die zijn het die van Mij getuigen” (Joh. 5:39).
Jezus wordt het Woord van God genoemd. Hij aanvaardde niet alleen de wet van Zijn Vader, maar leefde alle principes ervan na in Zijn leven, maakte de Geest ervan openbaar en toonde de heilzame kracht ervan in het hart.
Johannes zegt: “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.” (Joh. 1:14).
De volgelingen van Christus moeten deelhebben aan Zijn ervaring. Zij moeten het woord van God in zich opnemen. Zij moeten door de kracht van Christus veranderd worden naar Zijn gelijkenis en Zijn goddelijke eigenschappen weerspiegelen.
“Genade zal met u zijn,
barmhartigheid en vrede,
van God de Vader
en van de Heere Jezus Christus,
de Zoon van de Vader,
in waarheid en liefde”
(2 Joh. 1:3).