De goedheid van Gods trouw

Christus is de bron van elke juiste impuls. Hij is de enige die vijandschap tegen de zonde in het hart kan planten. Elk verlangen naar waarheid en zuiverheid, elke overtuiging van onze eigen zondigheid, is een bewijs dat Zijn Geest werkzaam is in ons hart.

Jezus heeft gezegd: “En Ik, als Ik van de aarde verhoogd ben, zal allen naar Mij toe trekken” (Joh. 12:32). Christus moet aan de zondaar geopenbaard worden als de Zaligmaker die sterft voor de zonden van de wereld; en wanneer we het Lam van God aanschouwen op het kruis van Golgotha, begint het mysterie van de verlossing zich aan onze geest te ontvouwen en leidt de goedheid van God ons tot berouw. Door voor zondaars te sterven, toonde Christus een liefde die onbegrijpelijk is; en wanneer de zondaar deze liefde aanschouwt, verzacht dit het hart, maakt het indruk op de geest en wekt het diep berouw in de ziel.

Het is waar dat mensen zich soms gaan schamen voor hun zondige wegen en een deel van hun slechte gewoonten opgeven, nog voordat zij zich ervan bewust zijn dat zij naar Christus worden getrokken. Maar telkens wanneer zij een poging doen tot hervorming, vanuit een oprecht verlangen om het juiste te doen, is het de kracht van Christus die hen trekt. Een invloed waarvan zij zich niet bewust zijn, werkt in op de ziel, het geweten wordt levend gemaakt en het uiterlijke leven wordt verbeterd. Wanneer Christus hen ertoe brengt naar Zijn kruis te kijken, om Hem te aanschouwen die door hun zonden is doorboord, dringt de ernst van Gods wet pas écht diep door in hun geweten. De slechtheid van hun leven, de diepgewortelde zonde van de ziel, wordt hen geopenbaard. Zij beginnen iets te begrijpen van de gerechtigheid van Christus en roepen uit: “Wat is de zonde, dat zij zo’n offer vereist voor de verlossing van haar slachtoffer? Was al deze liefde, al dit lijden, al deze vernedering nodig, opdat wij niet verloren zouden gaan, maar eeuwig leven zouden hebben?”

De zondaar kan zich tegen deze liefde verzetten, hij kan weigeren naar Christus getrokken te worden; maar als hij zich niet verzet, zal hij naar Jezus getrokken worden; kennis van het verlossingsplan zal hem in berouw over zijn zonden naar de voet van het kruis leiden, zonden die het lijden van Gods geliefde Zoon hebben veroorzaakt.

Dezelfde goddelijke geest die werkzaam is in de natuur, spreekt tot de harten van mensen en creëert een onuitsprekelijk verlangen naar iets wat zij niet hebben. De dingen van de wereld kunnen hun verlangen niet bevredigen. De Geest van God pleit bij hen om die dingen te zoeken die alleen vrede en rust kunnen geven: de genade van Christus, de vreugde van heiligheid. Door middel van zichtbare en onzichtbare invloeden is onze Zaligmaker voortdurend aan het werk om de geest van mensen af te leiden van de onbevredigende genoegens van de zonde, naar de oneindige zegeningen die in Hem de hunne kunnen zijn. Tot al deze zielen, die tevergeefs proberen te drinken uit de gebroken bakken van deze wereld, is de goddelijke boodschap gericht: “En laat hij die dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het water des levens om niet nemen.” Opb. 22:17.





Zie, God is mijn zaligheid; ik zal vertrouwen en niet bevreesd zijn: want de Heere JEHOVAH is mijn kracht en mijn lied; Hij is mij ook tot zaligheid geworden.
Daarom zult u met vreugde water scheppen uit de bronnen van de zaligheid.

— Jes. 12: 2, 3



Zie, God is mijn zaligheid; ik zal vertrouwen en niet bevreesd zijn: want de Heere JEHOVAH is mijn kracht en mijn lied; Hij is mij ook tot zaligheid geworden.
Daarom zult u met vreugde water scheppen uit de bronnen van de zaligheid.


— Jes. 12: 2, 3

Kernpunten

 • Christus als de bron van verandering

Elke juiste impuls, elk verlangen naar waarheid en zuiverheid en elke overtuiging van onze eigen zondigheid, komt direct van Jezus Christus. Het is een bewijs dat de Geest van Christus werkzaam is in ons hart. Soms breken we uit schaamte met slechte gewoonten voordat we beseffen dat we naar Christus worden getrokken. Echter, bij elke oprechte poging tot verbetering en elk verlangen naar het goede is het altijd Zijn kracht die in ons werkt. De mens kan uit zichzelf namelijk geen zuiverheid voortbrengen.




Want het is God Die in u werkt, zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.

— Filipp. 2: 13



Want het is God Die in u werkt, zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.

— Filipp. 2: 13




Of veracht u de rijkdom van Zijn goedheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid, zonder te weten dat de goedheid van God u tot berouw leidt?

— Rom. 2: 4



Of veracht u de rijkdom van Zijn goedheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid, zonder te weten dat de goedheid van God u tot berouw leidt?

— Rom. 2: 4

 • De transformerende kracht van het kruis

Het offer op Golgotha verzacht het menselijk hart. Gods onbegrijpelijke liefde aan het kruis wekt diep berouw. Wanneer onze zondige aard en Christus’ rechtvaardigheid ons worden geopenbaard, beseffen wij met verbijstering dat de enorme liefde en het lijden van Zijn offer nodig waren om ons van de ondergang te redden en eeuwig leven te schenken.




Hierin is de liefde van God naar ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld heeft gezonden, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde: niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons liefhad en Zijn Zoon gezonden heeft als verzoening voor onze zonden.

— 1 Joh. 4: 9, 10



Hierin is de liefde van God naar ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld heeft gezonden, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde: niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons liefhad en Zijn Zoon gezonden heeft als verzoening voor onze zonden.

— 1 Joh. 4: 9, 10




Maar God, Die rijk is aan barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, zelfs toen wij dood waren door de zonden, levend gemaakt samen met Christus (uit genade bent u zalig geworden).

Ef. 2: 4, 5



Maar God, Die rijk is aan barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad, zelfs toen wij dood waren door de zonden, levend gemaakt samen met Christus (uit genade bent u zalig geworden).

Ef. 2: 4, 5

 • De innerlijke onrust van de mens

Dezelfde goddelijke Geest die in de natuur werkt, spreekt tot het menselijk hart en wekt een diep verlangen naar vrede en rust die de wereld niet kan bieden. Door zowel zichtbare als onzichtbare invloeden pleit de Geest bij mensen om de genade van Christus en de vreugde van heiligheid te zoeken. Zo leidt onze Zaligmaker hen voortdurend af van de onbevredigende zonde, naar de oneindige zegeningen die in Hem te vinden zijn.




Evenzo komt de Geest onze zwakheden te hulp. Want wij weten niet wat we moeten bidden zoals het hoort, maar de Geest Zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.

— Rom. 8: 26



Evenzo komt de Geest onze zwakheden te hulp. Want wij weten niet wat we moeten bidden zoals het hoort, maar de Geest Zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.

— Rom. 8: 26




Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw hart niet in beroering raken en wees niet bevreesd.

— Joh. 14: 27



Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw hart niet in beroering raken en wees niet bevreesd.

— Joh. 14: 27

 • De goddelijke uitnodiging

Aan iedereen die tevergeefs geluk zoekt in de vergankelijke dingen van deze wereld, belooft God dat die dorst alleen door Jezus Christus, het levende water, gestild kan worden.




En Jezus zei tegen hen: Ik ben het brood des leven. Wie tot Mij komt zal nooit meer honger hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen.

— Joh. 6: 35



En Jezus zei tegen hen: Ik ben het brood des leven. Wie tot Mij toe zal nooit meer honger hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen.

— Joh. 6: 35




Want Mijn volk heeft twee kwaadheden begaan; zij hebben Mij, de fontein van levende wateren, verlaten, en hebben zich bakken uitgehouwen, gebroken bakken, die geen water kunnen houden.

— Jer. 2: 13



Want Mijn volk heeft twee kwaadheden begaan; zij hebben Mij, de fontein van levende wateren, verlaten, en hebben zich bakken uitgehouwen, gebroken bakken, die geen water kunnen houden.

— Jer. 2: 13




En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het water des levens nemen, voor niets.

— Opb. 22: 17



En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het water des levens nemen, voor niets.

— Opb. 22: 17

Het verlangen van het hart

Volgende onderdeel van
“Wat is bekering?”

Vorige
Inleiding
Volgende
Scroll to Top
Home