Het voorrecht van gebed (inleiding)

Via de natuur en de openbaring, via Zijn voorzienigheid en door de invloed van Zijn Geest, spreekt God tot ons. Maar dit is niet genoeg; we moeten ook ons hart voor Hem uitstorten. Om geestelijk leven en denkkracht te bezitten, moeten we daadwerkelijke omgang hebben met onze hemelse Vader. Onze gedachten kunnen naar Hem uitgaan; we kunnen mediteren over Zijn werken, Zijn barmhartigheid en Zijn zegeningen; maar dit is, in de diepste betekenis, nog geen gemeenschap met Hem hebben. Om gemeenschap met God te hebben, moeten we Hem iets te vertellen hebben over ons dagelijkse, werkelijke leven.
Uiting van ons geestelijk leven
Volgend onderdeel van
“Het voorrecht van gebed”