Geloof en aanvaarding (inleiding)

Nu uw geweten is levend gemaakt door de Heilige Geest, hebt u iets gezien van het kwaad van de zonde — van haar macht, haar schuld en haar ellende — en u kijkt er met afschuw naar. U voelt dat de zonde u van God heeft gescheiden en dat u gevangenzit in de macht van het kwaad. Hoe meer u vecht om te ontsnappen, des te meer beseft u uw eigen hulpeloosheid. Uw motieven zijn onzuiver; uw hart is onrein. U ziet in dat uw leven vol is geweest van zelfzucht en zonde. U verlangt ernaar vergeven te worden, gereinigd te worden en vrij te zijn. Harmonie met God, gelijkvormigheid aan Hem — wat kunt u doen om dat te verkrijgen?
Het is vrede die u nodig hebt — de vergeving van de Hemel, en vrede en liefde in de ziel. Geld kan het niet kopen, verstand kan het niet verwerven, wijsheid kan er niet toe reiken; u kunt nooit hopen het door uw eigen inspanningen veilig te stellen. Maar God biedt het u aan als een geschenk, “zonder geld en zonder prijs” (Jes. 55:1). Het is van u als u maar uw hand uitsteekt en het vastgrijpt. De Heere zegt: “Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als wol” (Jes. 1:18). “Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste leggen en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen.” (Ezech. 36:26).
De beslissing
Volgend onderdeel van
“Geloof en aanvaarding”