De beslissing
U hebt uw zonden beleden en ze in uw hart weggedaan. U hebt besloten uzelf aan God te geven. Ga dan nu naar Hem toe en vraag of Hij uw zonden wil wegwassen en u een nieuw hart wil geven. Geloof vervolgens dat Hij dit doet omdat Hij het beloofd heeft.
Dit is de les die Jezus leerde toen Hij op aarde was: dat we moeten geloven dat we de gave die God ons belooft, ook daadwerkelijk ontvangen, en dan is deze van ons. Jezus genas de mensen van hun ziekten wanneer zij geloofden in Zijn kracht; Hij hielp hen met de dingen die zij konden zien, om hen zo te inspireren met vertrouwen in Hem voor de dingen die zij niet konden zien — wat hen ertoe leidde te geloven in Zijn macht om zonden te vergeven.
Dit verklaarde Hij duidelijk bij de genezing van de verlamde man: “Opdat u weet dat de Zoon des mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven (toen zei Hij tegen de verlamde): Sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis” (Matt. 9:6). Zo zegt ook de discipel Johannes, sprekend over de wonderen van Christus:
“Maar deze zijn geschreven opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven,
het leven hebt in Zijn Naam“ (Joh. 20:31).
Uit het eenvoudige Bijbelse verslag van hoe Jezus de zieken genas, kunnen we iets leren over hoe we in Hem moeten geloven voor de vergeving van zonden. Laten we kijken naar de geschiedenis van de verlamde man bij Bethesda.
De arme lijder was volkomen hulpeloos; hij had zijn ledematen al achtentwintig jaar niet gebruikt. Toch gebood Jezus hem: “Sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis.“ De zieke man had kunnen zeggen: “Heere, als U mij gezond maakt, zal ik Uw woord gehoorzamen.” Maar nee, hij geloofde het woord van Christus, geloofde dat hij gezond was gemaakt en deed direct de inspanning; hij wilde lopen, en hij liep. Hij handelde op het woord van Christus, en God gaf de kracht. Hij was gezond gemaakt.
De belofte van God
Volgend onderdeel van
“Geloof en aanvaarding”