Wanneer we verlies lijden

We lijden een verlies wanneer we het voorrecht verwaarlozen om met elkaar om te gaan om elkaar te versterken en te bemoedigen in de dienst van God. De waarheden van Zijn Woord verliezen dan hun levendigheid en belang in onze geest. Ons hart wordt niet langer verlicht en wakker geschud door hun heiligende invloed, en we nemen af in spiritualiteit. In onze omgang als christenen verliezen we veel door een gebrek aan medeleven met elkaar. Wie zich in zichzelf opsluit, neemt niet de plaats in die God voor hem heeft bedoeld. De juiste ontwikkeling van de sociale elementen in onze natuur brengt ons in harmonie met anderen en is voor ons een middel tot ontplooiing en kracht in de dienst van God.

Als christenen met elkaar zouden omgaan en met elkaar zouden spreken over de liefde van God en over de kostbare waarheden van de verlossing, zouden hun eigen harten verfrist worden en zouden zij elkaar verfrissen. We mogen dagelijks meer leren over onze hemelse Vader en een nieuwe ervaring opdoen met Zijn genade; dan zullen we het verlangen hebben om over Zijn liefde te spreken; en wanneer we dat doen, zullen onze eigen harten verwarmd en bemoedigd worden. Als we meer aan Jezus zouden denken en over Hem zouden spreken, en minder over het eigen ‘ik’, zouden we veel meer van Zijn aanwezigheid ervaren.

Als we zo vaak aan God zouden denken als we bewijzen hebben van Zijn zorg voor ons, zouden we Hem altijd in onze gedachten houden en er een vreugde in vinden om over Hem te spreken en Hem te prijzen. We spreken over tijdelijke dingen omdat we er belangstelling voor hebben. We spreken over onze vrienden omdat we van hen houden; onze vreugde en ons verdriet zijn met hen verweven. Toch hebben we een oneindig veel grotere reden om God lief te hebben dan om onze aardse vrienden lief te hebben; het zou de meest natuurlijke zaak van de wereld moeten zijn om Hem de eerste plaats te geven in al onze gedachten, te spreken over Zijn goedheid en te vertellen van Zijn kracht. De rijke gaven die Hij ons heeft geschonken, waren niet bedoeld om onze gedachten en liefde zozeer in beslag te nemen dat we niets meer aan God te geven zouden hebben; ze zijn bedoeld om ons voortdurend aan Hem te herinneren en ons met banden van liefde en dankbaarheid te verbinden aan onze hemelse Weldoener. We staan teveel stil bij deze aarde. Laten we onze ogen opslaan naar de geopende deur van het heiligdom daarboven, waar het licht van de heerlijkheid van God straalt in het aangezicht van Christus, want: “Hij is ook in staat hen tot het uiterste te redden die door Hem tot God komen” (Heb. 7:25).

We moeten God veel meer prijzen “om Zijn goedertierenheid en om Zijn wonderen voor de mensenkinderen” (Ps. 107:8). Onze momenten van aanbidding en gebed moeten niet uitsluitend bestaan uit vragen en ontvangen. Laten we niet altijd aan onze behoeften denken en nooit aan de gunsten die we ontvangen. We bidden beslist niet te veel, maar we zijn te zuinig met dankzeggen. We ontvangen voortdurend Gods barmhartigheden, en toch tonen we zo weinig dankbaarheid en prijzen we Hem zo weinig voor wat Hij voor ons heeft gedaan.

In de oudheid gebood de Heere Israël, wanneer zij samenkwamen voor Zijn dienst: “Daar zult u eten voor de HEERE, uw God, en u zult u verheugen over alles wat u hebt gedaan, u en uw gezinnen, waarin de Heer, uw God, u gezegend heeft.” (Deut. 12:7). Alles wat tot eer van God wordt gedaan, moet met vrolijkheid gebeuren, met lofzangen en dankzegging, en niet met droefheid en somberheid.




“Loof de HEERE, o mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden.”

— Ps. 103: 2



“Loof de HEERE, o mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden.”

— Ps. 103: 2

Kernpunten

 • Het behouden van de waarheden van Zijn Woord

Door samen te komen versterken en bemoedigen we elkaar. Dit zorgt ervoor dat we meeleven met anderen en daardoor worden ontwikkeld en gesterkt in de dienst van God. Zo behouden de waarheden van Zijn Woord hun levendigheid en betekenis in onze geest. Ons hart wordt voortdurend verlicht en wakker geschud door hun heiligende invloed, waardoor we geestelijk groeien.




“Laten we elkaar aansporen tot liefde en goede werken. Laten wij niet verzuimen samen te komen, zoals sommigen doen, maar elkaar aansporen, en dat des te meer naarmate u de dag ziet naderen.”

— Heb. 10: 24, 25



“Laten we elkaar aansporen tot liefde en goede werken. Laten wij niet verzuimen samen te komen, zoals sommigen doen, maar elkaar aansporen, en dat des te meer naarmate u de dag ziet naderen.”

— Heb. 10: 24, 25

 • De geopende deur van het hemelse heiligdom

Wanneer we vaker over Gods liefde en de verlossing spreken in plaats van over onszelf, worden onze harten verfrist en ervaren we veel meer van Jezus’ aanwezigheid. Als we de rijke gaven van God beantwoorden met voortdurende dankbaarheid en onze blik richten naar de geopende deur van het hemelse heiligdom, zal het spreken over Zijn goedheid en het vertellen van Zijn kracht ons met banden van liefde en dankbaarheid verbinden aan onze hemelse Weldoener.




“Men zal spreken over de glorieuze eer van Uw majesteit en over Uw wonderbaarlijke werken. Men zal spreken over de macht van Uw ontzagwekkende daden, en ik zal Uw grootheid verkondigen. Zij zullen overvloedig de herinnering aan Uw grote goedheid uitspreken en Uw rechtvaardigheid bezingen.”

— Ps. 145: 5– 7



“Men zal spreken over de glorieuze eer van Uw majesteit en over Uw wonderbaarlijke werken. Men zal spreken over de macht van Uw ontzagwekkende daden, en ik zal Uw grootheid verkondigen. Zij zullen overvloedig de herinnering aan Uw grote goedheid uitspreken en Uw rechtvaardigheid bezingen.”

— Ps. 145: 5– 7

Waar we ons verzamelen

Laatste onderdeel van
“Het voorrecht van gebed”

Vorige
Inleiding
Volgende
Scroll to Top
Home