Het doel van God
De moeite die we doen om anderen te zegenen, heeft het effect dat we er zelf door gezegend worden. Dit was het doel van God toen Hij ons een aandeel gaf in het verlossingsplan. Hij heeft de mens het voorrecht geschonken om deelgenoten te worden van de goddelijke natuur en om, op hun beurt, zegeningen te verspreiden onder hun medemens. Dit is de hoogste eer en de grootste vreugde die God aan de mens kan schenken. Degenen die zo deelgenoot worden in deze arbeid van liefde, worden het dichtst bij hun Schepper gebracht.
God had de boodschap van het evangelie, en al het werk van liefdevolle dienstbaarheid, aan de hemelse engelen kunnen toevertrouwen. Hij had andere middelen kunnen gebruiken om Zijn doel te bereiken. Maar in Zijn oneindige liefde koos Hij ervoor om ons tot Zijn medewerkers te maken, samen met Hem, met Christus en met de engelen, opdat wij zouden delen in de zegen, de vreugde en de geestelijke verheffing die het resultaat zijn van deze onbaatzuchtige dienst.
We worden in harmonie met Christus gebracht door de gemeenschap met Zijn lijden. Elke daad van zelfopoffering voor het welzijn van anderen versterkt de geest van weldadigheid in het hart van de gever. Het verbindt hem nauwer met de Verlosser van de wereld, Die “omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden” (2 Kor. 8:9). En alleen wanneer we zo aan het goddelijke doel van onze schepping voldoen, kan het leven een zegen voor ons zijn.
Als u aan het werk gaat zoals Christus dat voor Zijn discipelen heeft bedoeld, en zielen voor Hem wint, zult u de noodzaak voelen van een diepere ervaring en een grotere kennis van goddelijke dingen. U zult hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. U zult vurig tot God bidden, uw geloof zal worden versterkt en uw ziel zal diepere teugen drinken uit de bron van het heil. Het hoofd bieden aan weerstand en beproevingen zal u naar de Bijbel en het gebed drijven. U zult groeien in de genade en de kennis van Christus, en een rijke ervaring ontwikkelen.
De geest van onbaatzuchtige arbeid voor anderen geeft diepte, standvastigheid en een christelijke lieflijkheid aan het karakter, en brengt vrede en geluk voor wie deze bezit. De verlangens worden verheven. Er is geen ruimte voor luiheid of zelfzucht. Degenen die zo de christelijke deugden in de praktijk brengen, zullen groeien en sterk worden om voor God te werken. Zij zullen een helder geestelijk inzicht hebben, een standvastig, groeiend geloof en een grotere kracht in het gebed. De Geest van God, Die inwerkt op hun geest, roept de heilige harmonieën van de ziel op als antwoord op de goddelijke aanraking. Degenen die zich zo wijden aan onbaatzuchtige inspanningen voor het welzijn van anderen, bewerken heel beslist hun eigen zaligheid.
De enige manier om te groeien in genade, is door belangeloos precies dat werk te doen dat Christus ons heeft opgedragen — door ons, naar ons beste vermogen, in te zetten voor het helpen en zegenen van hen die de hulp nodig hebben die wij hun kunnen geven. Kracht komt door inspanning; activiteit is de absolute voorwaarde voor leven. Degenen die proberen het christelijke leven in stand te houden door passief de zegeningen te aanvaarden die via de genademiddelen tot hen komen, en niets voor Christus doen, proberen simpelweg te leven door te eten zonder te werken. En in de geestelijke wereld leidt dit, net als in de natuurlijke wereld, altijd tot degeneratie en verval. Iemand die zou weigeren zijn ledematen te bewegen, zou al snel elke kracht verliezen om ze te gebruiken. Als een christen zijn door God gegeven talenten onbenut laat, stagneert niet alleen zijn groei in Christus, maar raakt hij zelfs de kracht kwijt die hij al bezat.