De transformatie die kennis teweegbrengt
De kennis van God zoals die in Christus is geopenbaard, is de kennis die iedereen die gered wordt, moet bezitten. Het is de kennis die zorgt voor een transformatie van het karakter. Wanneer deze kennis wordt aangenomen, zal zij de ziel herscheppen naar het evenbeeld van God. Zij zal aan het hele wezen een geestelijke kracht schenken die goddelijk is.
Zoals Jezus was in Zijn menselijke natuur, zo wil God dat Zijn volgelingen zijn. In Zijn kracht moeten wij het reine en edele leven leiden dat de Heiland leefde.
Dit is de kennis die God ons uitnodigt aan te nemen, en zonder welke al het andere leeg en waardeloos is.
“Daarom bidden ook wij, sinds de dag dat wij het hoorden, onophoudelijk voor u en verlangen wij ernaar dat u vervuld mag worden met de kennis van Zijn wil in alle wijsheid en geestelijk inzicht; Opdat u waardig wandelt voor de Heer, Hem in alles behaagt, vrucht draagt in elk goed werk en toeneemt in de kennis van God; Gesterkt met alle kracht, overeenkomstig Zijn glorierijke macht, tot alle geduld en lankmoedigheid met vreugde.”
— Kol. 1: 9- 11
“Daarom bidden ook wij, sinds de dag dat wij het hoorden, onophoudelijk voor u en verlangen wij ernaar dat u vervuld mag worden met de kennis van Zijn wil in alle wijsheid en geestelijk inzicht; Opdat u waardig wandelt voor de Heer, Hem in alles behaagt, vrucht draagt in elk goed werk en toeneemt in de kennis van God; Gesterkt met alle kracht, overeenkomstig Zijn glorierijke macht, tot alle geduld en lankmoedigheid met vreugde.”
— Kol. 1: 9- 11
“Als u Mijn geboden in acht neemt, zult u in Mijn liefde blijven; zoals Ik de geboden van Mijn Vader in acht heb genomen en in Zijn liefde blijf.”
“En Hij die Mij gezonden heeft, is met Mij: de Vader heeft Mij niet alleen gelaten; want Ik doe altijd die dingen die Hem behagen.”
— Joh. 15: 10; 8: 29
“Als u Mijn geboden in acht neemt, zult u in Mijn liefde blijven; zoals Ik de geboden van Mijn Vader in acht heb genomen en in Zijn liefde blijf.”
“En Hij die Mij gezonden heeft, is met Mij: de Vader heeft Mij niet alleen gelaten; want Ik doe altijd die dingen die Hem behagen.”