De onbreekbare liefdesband

Toen Christus de menselijke natuur op Zich nam, bond Hij de mensheid aan Zichzelf met een liefdesband die door geen enkele macht kan worden verbroken, behalve door de eigen keuze van de mens. De Satan zal voortdurend verleidingen aandragen om ons ertoe te brengen deze band te verbreken — om ervoor te kiezen ons van Christus af te scheiden. Op dit punt moeten wij op onze hoede zijn, moeten wij waken, strijden en bidden, opdat niets ons zal verleiden om een andere meester te kiezen; want het staat ons altijd vrij om dat te doen.

Maar laten we onze blik vast op Christus gericht houden, en Hij zal ons bewaren. Al ziende op Jezus zijn we veilig. Niets kan ons uit Zijn hand rukken. Door voortdurend naar Hem te kijken, “worden wij naar hetzelfde beeld veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals door de Geest van de Heer.” (2 Kor. 3:18).

Op deze manier verkregen de eerste discipelen hun gelijkvormigheid aan de geliefde Zaligmaker. Toen die discipelen de woorden van Jezus hoorden, voelden zij hun noodzaak van Hem. Zij zochten, zij vonden en zij volgden Hem. Zij waren met Hem in het huis, aan de tafel, in de binnenkamer en op de akker. Zij waren met Hem zoals leerlingen met een leraar, en ontvingen dagelijks uit Zijn mond lessen van heilige waarheid. Zij zagen op Hem, zoals dienaren op hun meester, om hun plicht te leren. Die discipelen waren mensen “van gelijke hartstochten als wij” (Jak. 5:17). Zij hadden dezelfde strijd tegen de zonde te voeren. Zij hadden dezelfde genade nodig om een heilig leven te kunnen leiden.

Zelfs Johannes, de geliefde discipel, degene die de gelijkenis van de Zaligmaker het meest volkomen weerspiegelde, bezat die lieflijkheid van karakter niet van nature. Hij was niet alleen eerzuchtig en gesteld op eer, maar ook onstuimig en haatdragend wanneer hem onrecht werd aangedaan. Maar toen het karakter van de Goddelijke aan hem werd geopenbaard, zag hij zijn eigen tekortkomingen in en werd hij door die wetenschap verootmoedigd.

De kracht en het geduld, de macht en de tederheid, de majesteit en de zachtmoedigheid die hij aanschouwde in het dagelijkse leven van de Zoon van God, vervulden zijn ziel met bewondering en liefde. Dag na dag werd zijn hart naar Christus toegetrokken, totdat hij in de liefde voor zijn Meester het eigen ‘ik’ uit het oog verloor. Zijn haatdragende, eerzuchtige karakter werd overgegeven aan de vormende kracht van Christus. De vernieuwende invloed van de Heilige Geest vernieuwde zijn hart. De kracht van de liefde van Christus bewerkte een transformatie van zijn karakter. Dit is het zekere resultaat van de eenheid met Jezus. Wanneer Christus in het hart woont, verandert de gehele natuur. De Geest van Christus, Zijn liefde, verzacht het hart, dwingt de ziel op de knieën, en heft de gedachten en verlangens op naar God en de hemel.

Ook toen Christus opvoer naar de hemel, bleef het besef van Zijn aanwezigheid nog altijd bij Zijn volgelingen. Het was een persoonlijke aanwezigheid, vol van liefde en licht. Jezus, de Zaligmaker, Die met hen had gewandeld, gesproken en gebeden, Die hoop en troost in hun hart had gesproken, was, terwijl de boodschap van vrede nog op Zijn lippen lag, van hen opgenomen in de hemel. De klank van Zijn stem werd nog gehoord toen de wolk van engelen Hem omhulde: “Zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matt. 28:20). Hij was naar de hemel opgevaren in de menselijke gedaante. Zij wisten dat Hij voor de troon van God stond, nog altijd hun Vriend en Zaligmaker; dat Zijn medeleven onveranderd was en dat Hij Zich nog steeds identificeerde met de lijdende mensheid. Hij hield God de verdiensten van Zijn eigen kostbare bloed voor en liet Zijn gewonde handen en voeten zien, ter herinnering aan de prijs die Hij voor Zijn verlosten had betaald. Zij wisten dat Hij naar de hemel was opgevaren om een plaats voor hen gereed te maken, en dat Hij terug zou komen om hen tot Zich te nemen.

Toen zij na de hemelvaart samenkwamen, verlangden zij er vurig naar om hun verzoeken in de Naam van Jezus aan de Vader voor te leggen. In plechtige eerbied bogen zij zich in gebed, terwijl zij de belofte herhaalden: “Alles wat u de Vader zult vragen in Mijn Naam, zal Hij u geven. Tot nu toe hebt u niets gevraagd in Mijn Naam; vraag, en u zult ontvangen, opdat uw blijdschap volkomen wordt” (Joh. 16:23, 24). Zij strekten de hand van het geloof steeds hoger en hoger uit met het krachtige argument: “Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit” (Rom. 8:34). En Pinksteren bracht hen de aanwezigheid van de Trooster, van Wie Christus had gezegd: Hij “zal in u zijn.” En Hij had verder gezegd: “Het is beter voor u dat Ik heenga, want als Ik niet heenga, zal de Trooster niet naar u toe komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden” (Joh. 14:17; 16:7). Vanaf dat moment zou Christus door de Geest voortdurend in de harten van Zijn kinderen wonen. Hun eenheid met Hem was hechter dan toen Hij persoonlijk bij hen was. Het licht, de liefde en de kracht van de inwonende Christus straalden door hen heen, zodat de mensen die dit zagen “zich verwonderden en herkenden dat zij met Jezus samen geweest waren” (Hand. 4:13).

Alles wat Christus voor de discipelen was, verlangt Hij vandaag de dag te zijn voor Zijn kinderen; want in dat laatste gebed, met de kleine groep discipelen om Hem heen verzameld, zei Hij: “En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven” (Joh. 17:20).

Jezus bad voor ons, en Hij vroeg ons één te zijn met Hem, net zoals Hij één is met de Vader. Wat een eenheid is dit! De Zaligmaker heeft over Zichzelf gezegd: “De Zoon kan niets doen van Zichzelf”; “de Vader, Die in Mij blijft, Die doet de werken” (Joh. 5:19; 14:10).

Als Christus in ons hart woont, zal Hij “zowel het willen als het werken naar Zijn welbehagen” in ons werken (Filipp. 2:13). We zullen doen wat Hij deed. We zullen dezelfde geest openbaren. En als wij Hem liefhebben en in Hem blijven, dan zullen wij “in alles toegroeien naar Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus” (Ef. 4:15).




Toen zij de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen, en begrepen dat zij ongeleerde en eenvoudige mannen waren, verwonderden zij zich; en herkenden hen als zij die met Jezus waren geweest.

— Hand. 4: 13



Toen zij de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen, en begrepen dat zij ongeleerde en eenvoudige mannen waren, verwonderden zij zich; en herkenden hen als zij die met Jezus waren geweest.

— Hand. 4: 13

Kernpunten

 • De liefdesband van Christus

Toen Christus de menselijke natuur op Zich nam, bond Hij de mensheid aan Zichzelf met een liefdesband die door geen enkele macht kan worden verbroken, behalve door de eigen keuze van de mens. De Satan zal echter voortdurend verleidingen aandragen om ons ertoe te brengen deze band te verbreken en ervoor te kiezen ons zo van Christus af te scheiden.




Want ik ben ervan overtuigd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige dingen, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, welke is in Christus Jezus, onze Heere.

Rom. 8: 38, 39



Want ik ben ervan overtuigd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige dingen, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, welke is in Christus Jezus, onze Heere.

Rom. 8: 38, 39

 • Veranderen naar Zijn beeld

Wanneer wij onze blik onafgebroken op Christus gericht houden, zijn we volkomen veilig tegen welke macht dan ook die ons uit Zijn hand probeert te rukken. Door voortdurend naar Hem te kijken, worden wij naar hetzelfde beeld veranderd.




En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen nooit verloren gaan, en niemand zal ze uit Mijn hand rukken.

Joh. 10: 28



En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen nooit verloren gaan, en niemand zal ze uit Mijn hand rukken.

Joh. 10: 28

 • De belofte van Christus

Gedreven door de beloften van Jezus strekten de discipelen na de hemelvaart de hand van het geloof steeds hoger en hoger uit in gebed, waarna de uitstorting van de Heilige Geest hen de inwonende aanwezigheid van Christus schonk die nog hechter was dan toen Hij persoonlijk bij hen op aarde verkeerde.




En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij voor altijd bij u mag blijven;
Namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, omdat zij Hem niet ziet en Hem ook niet kent; maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.
Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik zal tot u komen. Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer; maar u zult Mij zien: omdat Ik leef, zult u ook leven.

— Joh. 14: 17- 19



En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij voor altijd bij u mag blijven;
Namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, omdat zij Hem niet ziet en Hem ook niet kent; maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.
Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik zal tot u komen. Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer; maar u zult Mij zien: omdat Ik leef, zult u ook leven.


— Joh. 14: 17- 19




Maar Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u dat Ik heenga; want als Ik niet heenga, zal de Trooster niet naar u toe komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.

Joh. 16: 7



Maar Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u dat Ik heenga; want als Ik niet heenga, zal de Trooster niet naar u toe komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.

Joh. 16: 7

 • Christus ons Voorbeeld

Alles wat Christus destijds voor Zijn eerste discipelen was, verlangt Hij vandaag de dag ook te zijn voor ons. Hij bad dat we door het geloof net zo nauw met Hem verbonden mogen zijn als Hij met de Vader. Wanneer Christus aldus in ons hart woont, zal Hij zowel het willen als het werken in ons teweegbrengen. We zullen dan zo naar Hem toe groeien dat we Zijn liefdevolle karakter weerspiegelen. We zullen we doen wat Hij deed want we zullen dezelfde geest openbaren.




“En Ik bid niet alleen voor hen, maar ook voor degenen die door hun woord in Mij zullen geloven; Opdat zij allen één zullen zijn. Zoals U, Vader, in Mij bent en Ik in U, opdat ook zij één mogen zijn in Ons, opdat de wereld moge geloven dat U Mij gezonden hebt.”

Joh. 17: 20, 21



En Ik bid niet alleen voor hen, maar ook voor degenen die door hun woord in Mij zullen geloven; Opdat zij allen één zullen zijn. Zoals U, Vader, in Mij bent en Ik in U, opdat ook zij één mogen zijn in Ons, opdat de wereld moge geloven dat U Mij gezonden hebt.

Joh. 17: 20, 21




“Maar wie met de Heere verbonden is, is één geest.”

1 Kor. 6: 17



Maar wie met de Heere verbonden is, is één geest.

1 Kor. 6: 17




“Genade zij u en vrede worde vermenigvuldigd in de kennis van God en van Jezus onze Heere;
aangezien Zijn goddelijke kracht ons alle dingen heeft geschonken die behoren tot het leven en de godsvrucht, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn eigen heerlijkheid en deugd;
waardoor Hij ons Zijn kostbare en uitermate grote beloften heeft geschonken, opdat u door deze deelgenoten van de goddelijke natuur mag worden, u die de verdorvenheid die door de begeerte in de wereld is, ontvlucht bent.”


— 2 Petr. 1: 2- 4 (ASV)



Genade zij u en vrede worde vermenigvuldigd in de kennis van God en van Jezus onze Heere;
aangezien Zijn goddelijke kracht ons alle dingen heeft geschonken die behoren tot het leven en de godsvrucht, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn eigen heerlijkheid en deugd;
waardoor Hij ons Zijn kostbare en uitermate grote beloften heeft geschonken, opdat u door deze deelgenoten van de goddelijke natuur mag worden, u die de verdorvenheid die door de begeerte in de wereld is, ontvlucht bent.


— 2 Petr. 1: 2- 4 (ASV)

Einde van
“Opgroeien in Christus”

Vorige
Hoofdmenu
Volgende
Scroll to Top
Home