De grootste strijd ooit geleverd
Gods belofte is: “U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw hart” (Jer. 29:13).
Het hele hart moet aan God worden overgegeven, anders kan de verandering waardoor we in Zijn gelijkenis worden hersteld, nooit in ons worden bewerkt. Van nature zijn we van God vervreemd. De Heilige Geest beschrijft onze toestand met woorden als: “Dood door de overtredingen en de zonden”; “het hele hoofd is ziek en het hele hart is afgemat”; “er is geen gezonde plek aan”. We worden stevig vastgehouden in de strik van de Satan, “door hem levend gevangen om zijn wil te doen.” Ef. 2:1; Jes. 1:5, 6; 2 Tim. 2:26. God verlangt ernaar ons te genezen en ons te bevrijden. Maar omdat dit een volledige transformatie en een vernieuwing van onze gehele natuur vereist, moeten we onszelf volledig aan Hem overgeven.
De strijd tegen het eigen ‘ik’ is het grootste gevecht dat ooit is geleverd. Het opgeven van jezelf, het onderwerpen van alles aan de wil van God, vereist een worsteling; maar de ziel moet zich aan God onderwerpen voordat zij in heiligheid vernieuwd kan worden.
Wanneer we onszelf aan God geven, moeten we noodzakelijkerwijs alles opgeven wat ons van Hem zou scheiden. Alles wat het hart van God wegtrekt, moet worden opgegeven. Mammon is de afgod van velen. De liefde voor geld, het verlangen naar rijkdom, is de gouden ketting die hen aan de Satan bindt. Reputatie en wereldse eer worden door een andere groep aanbeden. Een leven van zelfzuchtig gemak en vrijheid van verantwoordelijkheid is weer de afgod van anderen. Maar deze slaafse banden moeten worden verbroken. We kunnen niet voor de helft van de Heere en voor de helft van de wereld zijn. We zijn pas Gods kinderen als we dat volledig zijn.
Er zijn mensen die beweren God te dienen, terwijl zij vertrouwen op hun eigen inspanningen om Zijn wet te gehoorzamen, een juist karakter te vormen en hun redding veilig te stellen. Hun hart wordt niet bewogen door een diep besef van de liefde van Christus, maar zij proberen de plichten van het christelijke leven te vervullen als iets wat God van hen verlangt om de hemel te verdienen. Zo’n religie is volstrekt zinloos.
Wanneer Christus in het hart woont, zal de ziel zo vervuld zijn van Zijn liefde en van de vreugde van de gemeenschap met Hem, dat zij zich aan Hem zal vastklampen; en door naar Hem te kijken zal het eigen ‘ik’ vergeten worden. Liefde tot Christus zal de drijfveer van elke handeling zijn. Degenen die de dringende liefde van God ervaren, vragen niet hoe weinig er gegeven kan worden om aan Gods eisen te voldoen; zij vragen niet naar de laagste norm, maar streven naar een volmaakte overeenstemming met de wil van hun Verlosser. Met een vurig verlangen geven zij alles over en tonen zij een toewijding die in verhouding staat tot de waarde van het doel dat zij zoeken.
Een belijdenis van Christus zonder deze diepe liefde is alleen maar gepraat, een droge formaliteit en een zware sleur.
Kernpunten
• Totale overgave aan God
We worden door de zonde levend vastgehouden in de strikken van de Satan, en hebben daarom Gods genezing en bevrijding nodig. Onze eigen wil volledig opgeven en ons onderwerpen aan onze Schepper is de zwaarste strijd voor de mens, maar schenkt ons een volledige transformatie en een vernieuwing van onze gehele natuur.
• Religieuze sleur of vreugdevolle toewijding
God dienen in eigen kracht om de hemel te verdienen, is een machteloze poging die slechts leidt tot een lege, religieuze sleur. Pas wanneer het hart overstroomt van liefde voor Christus, zal de ziel geen groter verlangen kennen dan een vreugdevolle en volmaakte toewijding aan haar Verlosser.
Vrede en rust voor de mens
Laatste onderdeel van
“Wat is toewijding”