Een dienend leven (inleiding)

God is de bron van leven, licht en vreugde voor het universum. Als lichtstralen van de zon, als waterstromen die ontspringen aan een levende bron, zo vloeien Zijn zegeningen uit naar al Zijn schepselen. En overal waar het leven van God in het harten van mensen aanwezig is, zal het in liefde en zegen naar anderen uitstromen.
Het was een vreugde voor onze Zaligmaker om de gevallen mensheid op te heffen en te verlossen. Hiervoor achtte Hij Zijn eigen leven niet kostbaar voor Zichzelf, maar Hij verdroeg het kruis en verachtte de schande. Zo zijn ook de engelen voortdurend bezig met het werken aan het geluk van anderen. Dit is hun vreugde. Datgene wat zelfzuchtige harten zouden beschouwen als een vernederende dienst, het dienen van hen die ellendig zijn en in alle opzichten minderwaardig in karakter en aanzien, is het werk van zondeloze engelen. De geest van Christus’ zelfopofferende liefde is de geest die de hemel doordringt en vormt de werkelijke essentie van haar gelukzaligheid. Dit is de geest die de navolgers van Christus zullen bezitten, en dit is het werk dat zij zullen doen.
Kernpunten
• De nieuwe geboorte
God is de bron van leven en vreugde, wiens zegeningen via Jezus en de engelen onvoorwaardelijk naar de schepping uitstromen.
• Zelfopofferende liefde
De geest van Christus’ zelfopofferende liefde doordringt de hemel en vormt de ware bron van het hemelse geluk. Het drijft Zijn navolgers aan om ditzelfde dienende werk op aarde te doen.
Dagelijks leven met de Heere
Volgend onderdeel van
“Een dienend leven”