Geen poging tot zelfrechtvaardiging

De geest van zelfrechtvaardiging vond zijn oorsprong bij de vader van de leugen en is door alle zonen en dochters van Adam vertoond. Dit soort belijdenissen is niet geïnspireerd door de goddelijke Geest en zal voor God niet aanvaardbaar zijn. Ware bekering zal een mens ertoe brengen zijn schuld zelf te dragen en deze zonder bedrog of hypocrisie te erkennen. Net als de arme tollenaar, die zelfs zijn ogen niet naar de hemel durfde op te slaan, zal hij uitroepen: “O God, wees mij, zondaar, genadig”, en degenen die hun schuld zo erkennen, zullen gerechtvaardigd worden, want Jezus zal met Zijn bloed pleiten ten behoeve van de berouwvolle ziel.

De voorbeelden van oprecht berouw en verootmoediging in Gods Woord laten een geest van belijdenis zien waarin geen ruimte is voor verontschuldigingen of pogingen tot zelfrechtvaardiging. Paulus probeerde zichzelf niet te beschermen; hij schilderde zijn zonde in de donkerste kleuren af, zonder te proberen zijn schuld te verminderen. Hij zegt: “Velen van de heiligen heb ik in de gevangenis opgesloten, nadat ik de volmacht van de overpriesters gekregen had; en als zij ter dood gebracht werden, stemde ik ermee in. En in alle synagogen strafte ik hen dikwijls en dwong hen te lasteren; en omdat ik buiten zinnen van woede tegen hen tekeerging, vervolgde ik hen zelfs tot in de steden in het buitenland” (Hand. 26: 10, 11).

In 1 Timotheüs 1: 15 aarzelt hij niet om te verklaren, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaars te redden, van wie hij de voornaamste is.

Het nederige en gebroken hart, dat door oprecht berouw is verzacht, zal iets gaan begrijpen van de liefde van God en de prijs van Golgotha; en zoals een zoon zijn fouten belijdt aan een liefdevolle vader, zo zal wie werkelijk berouw heeft, al zijn zonden voor God brengen.




En de zoon zei tegen hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel, en voor u, en ik ben niet meer waardig uw zoon genoemd te worden.

Maar de vader zei tegen zijn dienaars: Breng het beste gewaad tevoorschijn, en trek het hem aan; en doe een ring aan zijn hand, en schoenen aan zijn voeten:

En breng het gemeste kalf, en slacht het; en laten we eten, en vrolijk zijn: Want deze mijn zoon was dood, en is weer levend geworden; hij was verloren, en is gevonden. En zij werden vrolijk.


— Luk. 15: 21- 24



En de zoon zei tegen hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel, en voor u, en ik ben niet meer waardig uw zoon genoemd te worden.

Maar de vader zei tegen zijn dienaars: Breng het beste gewaad tevoorschijn, en trek het hem aan; en doe een ring aan zijn hand, en schoenen aan zijn voeten:

En breng het gemeste kalf, en slacht het; en laten we eten, en vrolijk zijn: Want deze mijn zoon was dood, en is weer levend geworden; hij was verloren, en is gevonden. En zij werden vrolijk.

— Luk. 15: 21- 24

Einde van
“Wat is belijdenis”

Vorige
Hoofdmenu
Volgende
Scroll to Top
Home